Maakbaarheidsdenken verhult echt menselijk lijden

26 januari 2026

Gangbare idealen van zelfverwerkelijking en maakbaarheid overschaduwen donkere realiteiten van pech, ziekte en lijden. Deze fictie hangt samen met de huidige maatschappelijke polarisering, blijkt uit onderzoek van zorgethica Jeannet van de Kamp. Zij bepleit het doorbreken van de fictie door ervaringen van concrete mensen te erkennen als kennisbron.

Van de Kamps onderzoek laat zien dat onze samenleving een rooskleurig beeld heeft van het ideale leven. “Dat beeld gaat ervan uit dat mensen hun identiteit, gezondheid en geluk zelf kunnen kiezen en maken. Maar dit is een fictie waaraan échte mensen nooit kunnen voldoen,” aldus de onderzoekster.

BV-Ik
Volgens Van de Kamp wordt sinds de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw ‘de mens’ gezien als een individu dat zichzelf opvat als een creatief-ondernemer van het zelf. Als BV-Ik kiest hij zijn aantrekkelijke identiteit, profileert hij zich daarmee op de markt en is hij risicodrager van succes of falen. Van de Kamp beschrijft waar dit breed geloofde handelingsmodel vaak toe leidt: “Op het toneel geluk performen, maar backstage eenzaamheid en ongeluk ervaren.”

Bedrijfslogica
Niet alleen het individu, maar ook politiek-maatschappelijke instituties en zelfs de staat transformeren in creatieve ondernemingen die werken volgens bedrijfslogica. “Individuen die uitvallen, komen terecht in de getransformeerde zorgsector, zoals de snelgroeiende psycho- en zelfhulpindustrie, die veelal focust op herstel van BV-Ik. De vroegere verzorgingsstaat is veranderd in een individuele, neoliberale zelfzorgstaat,” aldus Van de Kamp.

Opbranden
Deze bevindingen sluiten aan bij veelvuldige klachten over prestatie- en concurrentiedruk vanuit zorg, welzijn en onderwijs. “Realistisch is dat veel mensen opbranden,” stelt ze, “en dat uitvallers snel als overbodig worden beschouwd.” Politici beseffen volgens haar wel dat er iets wringt, maar binnen het dominante maakbaarheidsdenken blijft vooral natuurwetenschappelijke kennis leidend, terwijl de “geleefde morele ervaringskennis van handelende mensen” nauwelijks meetelt.

Realisme
Van de Kamp bepleit een realistische blik op hoe mensen leven en overleven. “Niemand kan (over)leven zonder zorg van anderen. We worden allemaal op enig moment getroffen worden door ziekte, verlies of een ongeval en lijden,” zegt ze. “Alleen door die werkelijkheid serieus te nemen kunnen beleid, zorg en maatschappij menselijker worden.” (bron: Universiteit van Amsterdam)

Waste no more time arguing what a good man should be.
Be one.

Toch krijg je nergens de indruk van een omgevallen boekenkast. Het woordje theorie staat oorspronkelijk immers voor ‘om je heen kijken’. Welnu, dat is precies wat Buit doet: aandachtig om zich heen kijken. Zo demonstreert hij hoe praktisch ‘theorie’ kan zijn.

In het tweede deel van zijn boek nodigt hij je uit om ‘leiderschap te lezen’ vanuit vijf verschillende perspectieven: het collectieve perspectief, het perspectief van de strateeg, van de vaderlijke leider, de beslisser, en de creatieve leider. Let wel: het gaat hem niet om persoonskenmerken, maar om het inzicht dat de groep weerspiegelt wat de leider in zichzelf ontkent of onderdrukt of, omgekeerd, juist laat zien. Via deze benadering breekt Buit met de individualiserende teneur van veel management- en organisatieliteratuur.

Zijn derde en laatste deel besteedt Buit aan de ontwikkeling van de leider in zeven stappen. Daar schrok ik aanvankelijk van. Ik ben namelijk allergisch voor lineaire stappenplannen die mensen in de mal van psychologistische illusies persen en hun lot extern (proberen te) bepalen. Zou Buit een goed boek afsluiten met zo’n afknapper?

Gelukkig niet. In lijn met zijn eerdere betoog gaat het hem ook hier om reality testing, het afpellen van illusies over jezelf en de situatie waarin je verkeert, en over het aanvaarden en uitdragen van verantwoordelijkheid. Anders gezegd Leadership begins where illusion ends (p. 227). Aanwezigheid (presence) is van wezenlijker belang dan performance. Het gaat niet om het beheersen van anderen, zelfbeheersing is het uitgangspunt. Zoals mijn vader wel tegen me zei, toen ik als druistig jongetje weer eens een bal door een ruit had geknald: Hij die zichzelf beheerst, is sterker dan hij die een stad inneemt. Je ontwikkeling als leider is niet een puur persoonlijke, maar een sociale onderneming die de hele groep aangaat, en waar de kenmerken, tekorten, verlangens en vermogens van alle betrokken in resoneren.

Dat inzicht heeft vergaande consequenties, want, aldus Nietzsche: He who cannot command himself, must obey (p. 61). En daarmee is meteen de precaire verhouding tussen leiders en volgers geschetst. Ik zou zeggen: een leider die niet kan gehoorzamen, kan niet leiden. Let op het woord ‘gehoorzamen’; dat omvat het idee van ‘gehoor geven’ aan wat zich in de organisatie – en in de leider zelf – afspeelt.

Opmerkelijk vind ik verder Buits kritiek op de nogal altijd dominante praktijk van personeelsselectie op grond van competenties in plaats van potenties. En tenslotte valt mij zijn benadering van macht als een resultante van verhoudingen op, die hij ontleend aan Foucault: Power is everywhere, because it comes from everywhere (p.59). Omdat Buit zich richt op bestuurders en topmanagers vraag ik me wel af of hij leiderschap niet te veel alleen in de top van organisaties situeert. Hoe zit het dan met emergent leiderschap? Kijk bijvoorbeeld naar die bescheiden klerk 3de klasse, die als enige rustig blijft als er brand in het kantoor uitbreekt, iedereen tijdig de deur uit commandeert en zo de hele afdeling weet te redden. Terwijl de formeel aangestelde leiders als kippen zonder kop van hot naar her draven. Voor de zekerheid: dit heb ik uit eigen waarneming.

Als ik ter afsluiting het boek overzie selecteer ik het volgende citaat van Marcus Aurelius er als typerend voor: Waste no more time arguing what a good man should be. Be one (p. 67). Doe niet alsof, accepteer je schaduw, wees present en kijk goed om je heen. Dat lijkt me de leidraad van dit Engelstalige boek, dat ik graag aanbeveel. Niet in de laatste plaats aan coaches.

Referenties
– Buit, A. & M. Appelo (2018). Red de Alfa Wolf: Zachte Leiders maken Stinkende Wonden. Boom.
– Buit, A. (2025). Let’s Talk Leadership: The Psychology of Power, Presence and Purpose in Modern Leadership. Eigen beheer